Begin juni maakte ik een zeiltochtje over het Gooimeer en het Eemmeer. Omdat er zo’n lekker windje uit het noorden stond konden we ook nog een stukje van het Nijkerkernauw langs Spakenburg en de Eemhof bezeilen.
Voor mij was dit een nostalgisch tripje. Jeugdherinneringen kwamen boven en ik dacht aan die keer dat ik met ons oude overnaads geklonken ijzeren zeilsloepje de Eem afvoer om voor het eerst groot open water te bedwingen. Indrukwekkend weids was de plas die voor ons lag. De Dode Hond, een eiland op ongeveer een mijl van de riviermonding, was destijds – ik praat over een kwart eeuw geleden – ons reisdoel. Hier lagen we een nacht voor anker en vonden we later een plek in het beschutte kommetje. Ik kan mij nog goed de weldadige rust herinneren die over ons kwam bij het vallen van de avond. En de muggen, maar dat deerde ons toen niet.
Ook nu belandde ik op de Dode Hond. Het eilandje is nog steeds weldadig groen en de muggen zijn er nog immer heer en meester. Toch heeft deze oase voor mij niet meer de charme van weleer.
Tijdens een wandelingetje door de ongerepte natuur van deze randmeren-atol besefte ik ineens wat er was veranderd. Het kommetje waar wij de primeur van het ankeren beleefden was niet meer. Nu ligt er een indrukwekkende moderne steiger en op enige afstand van de oever zijn meerpalen geslagen. Lekker comfortabel natuurlijk als er veel jachten moeten afmeren, maar voor mij is de bekoring van de Dode Hond daarmee voorgoed verdwenen.
Ook op De Schelp en het Huizerhoef, de twee eilandjes in het Gooimeer, zijn nu afmeerfaciliteiten aangebracht. Van enkele passanten vernam ik dat elders in de Randmeren het voorzieningenniveau eveneens is opgekrikt.
Eigenlijk vind ik dat jammer, want toerzeilen in Nederland is vooral zo leuk omdat je nog het gevoel kunt hebben op een soort ontdekkingsreis te zijn. Wat mij betreft halen we die palen, steigers en andere faciliteiten weg en laten we de natuur zijn gang gaan. Dat bespaart flink wat geld en verhoogt het plezier.
Oh ja, ons favoriete strandje aan de Flevolandse kant van de vaargeul bij Naarden was ook al onbereikbaar. Daar is een aantal jaren geleden een hindernis van drijvende palen aangebracht. Naar verluidt om de snelle motorboten en jetskiërs te weren. Maar lekker dicht bij het strand ankeren kunnen we nu ook niet meer.
Gerelateerde berichten:














Het is nog veel erger. Hij moet er zelfs voor betalen, als hij wil overnachten. Helaas heeft de Stichting Gastvrije Meren geen beheerder gevonden voor dit gebied, dus voorlopig nog gratis. De meerpalen en golfbreker zijn ook nog niet in orde (vorig jaar weggeslagen door de golven). Er is destijds 1,8 mln euro gemeenschapsgeld in het gebied geinvesteerd. Kijk maar eens op http://www.gastvrijemeren.nl.
Meindert de Jong,
Penningmeester Stichting Gastvrije Meren.