Sloitel vierzehn, neeh, drezehn alsjeblief, dankewel, klinkt het uit de benauwde ruimte naast de motorkamer. Ralf is aan het sleutelen en vraagt in een mengeling van Duits en Nederlands om passend gereedschap.
Al een paar uur zijn we bezig om het euvel aan de motor te verhelpen. ’t Probleem is dat er voortdurend teveel lucht in het koelwater zit. Daardoor dreigt de motor te heet te worden. ‘En das wollen wir niet’, stelt Ralf nadrukkelijk.
Na een paar uur noeste arbeid hebben we het euvel nog niet verholpen. Wel hebben we de inlaat van de uitlaat ontdaan van een indrukwekkende hoeveelheid roets. Zou er wellicht een verstopping zitten in de aanvoer van het water, opper ik voorzichtig. “Were meugelik”, antwoordt Ralf voorzichtig.
Na ampel overleg – als het misgaat is immers alles drijfnat – zetten we de slang van de watervoorziening op de steiger op de aanzuigbuis van de saildrive. We zullen de mossel die voor de verstopping zorgt eens flink de stuipen op het lijf jagen.
“Loos”, roept Ralf, en ik draai de kraan open. “Mehr”, klinkt het vervolgens uit de krochten van de boot. Plotseling lijkt de buis open te schieten en is voor het water de weg vrij om naar buiten te spoelen. Dan moet het ook mogelijk zijn om ongestoord opgepompt te worden om de motor om temperatuur te houden.
Met vereende krachten monteren we alles weer en starten we de motor. Geen luchtbel meer te zien. “Nah, alles klar”, besluit Ralf en ik kan gaan dweilen.
Gerelateerde berichten:













Recente reacties