Met tussenpozen komt er water uit de uitlaat, maar voor ons gevoel is het niet voldoende. Af en toe klinkt er een droog geluid uit de pijp. Veel meer dan 1500 toeren durven we niet te draaien, bang als we zijn dat de motor oververhit raakt. Wind staat er nauwelijks dus zeilen is geen optie. Als er iets meer dan vijf knopen wind staat, hijsen we de zeilen. Om ze na een paar minuten geklapper weer in te draaien. Dit gaat lastig worden.
Vanmorgen zijn we eindelijk uitgevaren. Dagenlang stond er een stevige zuidoostenwind die ons in de haven hield. Nu kunnen we op weg, is er nauwelijks wind en moeten we motoren.
Maar juist die motor boezemt ons een beetje angst in. Afgelopen winter hebben, zoals elk jaar, een erkende monteur alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden laten verrichten in de verwachting dat we daarmee een zorgeloos seizoen tegemoet zouden gaan.
Na onze eerste proefvaarten in het voorjaar hadden we al de nodige twijfels. Om een einde te maken aan onze onzekerheid lieten we op de zaterdag voor ons vertrek nog een monteur komen om de zaak te controleren. Geen zorgen, alles is in orde zo verzekerde hij ons.
Dat blijkt dus niet zo. Na een mijl of tien besluiten we terug te varen naar Portimão. In de loop van de middag liggen we weer in onze box. Alles lopen we na, maar we kunnen de oorzaak van het mankement niet ontdekken. Er komt lucht in de leiding van het koelwatersysteem zodra het door de motor wordt gepompt. Daardoor stroomt er ook niet genoeg water door de uitlaat en koelt de motor onvoldoende.
Er blijft weinig anders over dan opnieuw een monteur laten komen. Op zaterdag staan die natuurlijk niet te dringen, maar op maandag zijn we de eerste.
Gerelateerde berichten:














Recente reacties